Mandatenlijsten en vermogensaangiften

De nieuwe mandatenwetgeving anno 2019: een beknopte toelichting.

Sinds 1 januari 2005 moeten een hele reeks openbare mandatarissen (parlementsleden, regeringsleden en de leidinggevenden van hun kabinetten, provinciegouverneurs, burgemeesters en schepenen, bestuurders van intercommunale verenigingen…) en leidinggevende ambtenaren bij de administraties en openbare instellingen op de griffie van het Rekenhof een lijst van hun mandaten, ambten en beroepen en ook een vermogensaangifte indienen.

Deze aangelegenheid wordt geregeld door twee gewone en twee bijzondere wetten. De gewone en bijzondere basiswetten van 2 mei 1995 regelen de verplichting tot indiening; de gewone en bijzondere uitvoeringswetten van 26 juni 2004 hebben deze verplichting en de taken van het Rekenhof verder geëxpliciteerd. De gewone wetten zijn van toepassing op de openbare mandatarissen en ambtenaren die verbonden zijn met het federale niveau en met de Duitstalige Gemeenschap, terwijl de bijzondere wetten toepassing vinden op personen verbonden met de andere regionale en communautaire entiteiten.

Deze wetgeving wordt met ingang van 1 januari 2019 grondig gewijzigd. Bedoeling van deze wijzigingen bestaat erin het vertrouwen van de burger in de politiek te herstellen, door het politieke landschap nog transparanter te maken.

De belangrijkste wijzigingen worden hierna bondig toegelicht. Later dit jaar zal het Rekenhof een geactualiseerde versie van zijn vademecums voor de door de wet aangeduide informatieverstrekkers en voor de aangifteplichtige mandatarissen publiceren, om die actoren meer gedetailleerde informatie aan te reiken over de nieuwigheden van de wetgeving en de concrete gevolgen voor hun taak en verplichtingen.


Welke zijn nu die belangrijkste nieuwigheden die aan de bestaande wetgeving werden aangebracht?

  • Alle informatie over de mandaten - zowel van de informatieverstrekkers (die de lijsten van de aangifteplichtigen per organisatie of instelling opmaken) als van de aangifteplichtigen zelf (hun mandatenlijst) moeten vanaf 2019 elektronisch worden ingediend via een IT-toepassing op de website van het Rekenhof. Een papieren aangifte is vanaf 2019 niet meer mogelijk. Voor de elektronische aangifte zal moeten worden aangelogd met de elektronische identiteitskaart (e-ID) en zal gebruik worden gemaakt van een identificatie via het rijksregisternummer.

    Voor de vermogensaangiften werd de wetgeving niet gewijzigd. Indien een mandataris ook een vermogensaangifte moet indienen, zal hij die nog steeds - zoals voorheen - in een gesloten enveloppe aan het Rekenhof moeten bezorgen. De IT-toepassing zal een aangifteplichtige er in voorkomend geval wel automatisch op attent maken dat hij naast een mandatenlijst ook een vermogensaangifte moet indienen.

  • Voortaan moeten ook de aan de mandaten gekoppelde vergoedingen (bruto jaarbedrag of grootorde in vork) worden aangegeven. Die informatie wordt aangereikt door de informatieverstrekkers voor de aangifteplichtige mandaten en door de mandatarissen voor de niet-aangifteplichtige mandaten, ambten en beroepen.

  • Het toepassingsgebied van de mandatenwetgeving wordt uitgebreid. Zo zijn vanaf 1 januari 2019 alle leden van de raden van bestuur, de adviesraden en de directiecomités van rechtspersonen waarop de overheid een overheersende invloed uitoefent en de leden van de raden van bestuur, de adviesraden of de directiecomités van (andere) rechtspersonen die door de overheid zijn aangeduid, aangifteplichtig, indien ze voor hun prestaties een vergoeding ontvangen. Bovendien vallen vanaf 2019 ook de beleidsmedewerkers van de regeringsleden en de regeringscommissarissen (i.c. personen die namens de regering controle uitoefenen om te beletten dat de wet wordt geschonden of het algemeen belang wordt geschaad) onder de toepassing van de wet. Die nieuwe categorieën van aangifteplichtige personen hoeven echter geen vermogensaangifte in te dienen, voor zover zij geen ander aangifteplichtig mandaat of ambt uitoefenen.

    Voor deze nieuwe categorieën worden informatieverstrekkers door de wet aangeduid.

  • Vanaf het aangifteplichtige jaar 2019 kan het Rekenhof administratieve boetes van 100 tot 1000 euro opleggen aan informatieverstrekkers en aangifteplichtigen die hun verplichtingen niet nakomen, hetzij omdat zij geen of een onvolledige aangifte hebben ingediend, hetzij omdat zij hun aangifte te laat hebben ingediend. Tegen die sancties kan beroep worden ingesteld bij een parlementaire opvolgingscommissie. Daarnaast blijft een strafrechtelijke veroordeling mogelijk, zonder dat evenwel voor eenzelfde inbreuk tweemaal - administratief én strafrechtelijk - kan worden gesanctioneerd.

  • De uiterste indieningstermijn van de aangifte door de aangifteplichtigen wordt verruimd. De aangifte moet voortaan vóór 1 oktober worden ingediend terwijl dat vroeger 1 april was. Voor de informatieverstrekkers blijven de bestaande termijnen gelden: vóór eind februari moeten zij de lijst van de aangifteplichtige mandatarissen van hun organisatie bij het Rekenhof indienen, met inbegrip van de vergoedingen en rijksregisternummers.

  • De mandatenlijsten en van de lijsten van de personen die in gebreke zijn gebleven op het vlak van hun mandatenlijst of vermogensaangifte worden voortaan zowel in het Belgisch Staatsblad als op de website van het Rekenhof gepubliceerd, waar het publiek ze kan inkijken, desgewenst met behulp van een zoekmotor. De publicatie verschuift echter van uiterlijk 15 augustus naar uiterlijk 15 februari van het volgende jaar. De eerstvolgende publicatie (betreffende het toepassingsjaar 2018) zal dus plaatsvinden uiterlijk op 15 februari 2020.

Dat alle betrokken partijen hun taak tijdig en correct vervullen, is meer dan vroeger van belang. De wet omschrijft de taak van alle actoren en legt strikte grenzen op. Die moeten worden nageleefd, niet alleen voor het goede verloop van de aangifteprocedure maar ook omdat elke inbreuk op de nieuwe wetgeving aanleiding kan geven tot een administratieve of strafrechtelijke sanctie.

In de praktijk zal de IT-toepassing op de website van het Rekenhof voor een aangifteplichtige pas toegankelijk zijn nadat zijn institutionele informatieverstrekker hem in de toepassing heeft geïdentificeerd met zijn rijksregisternummer en er de gegevens over zijn aangifteplichtige mandaten en de ermee verband houdende vergoedingen heeft ingebracht. De aangifteplichtige moet die gegevens controleren en desgevallend aanpassen, en hij moet er de informatie over zijn niet-aangifteplichtige mandaten aan toevoegen. Het Rekenhof kijkt na en zorgt voor de publicatie van de mandatenlijsten.

Bij de ontwikkeling van de IT-toepassing ziet het Rekenhof erop toe dat de elektronische aangifte geen complexe aangelegenheid wordt. De gebruikers zullen hun gegevens kunnen invoeren via overzichtelijke en gebruiksvriendelijke schermen. Zij zullen ook via de toepassing zelf of via een helpdesk het Rekenhof kunnen contacteren voor de gepaste bijstand bij hun aangifte. Tenslotte zullen zij gebruik kunnen maken van een geactualiseerd vademecum met duidelijke informatie en instructies.

Officieuze coördinatie van de bijzondere wet van 2 mei 1995 betreffende de verplichting om een lijst van mandaten, ambten en beroepen, alsmede een vermogensaangifte in te dienen

Officieus gecoördineerde versie van de wet van 2 mei 1995 betreffende de verplichting om een lijst van mandaten, ambten en beroepen, alsmede een vermogensaangifte in te dienen

Officieuze coördinatie van de bijzondere wet van 26 juni 2004 tot uitvoering en aanvulling van de bijzondere wet van 2 mei 1995 betreffende de verplichting om een lijst van mandaten, ambten en beroepen, alsmede een vermogensaangifte in te dienen

Officieuze coördinatie van de wet van 26 juni 2004 tot uitvoering en aanvulling van de wet van 2 mei 1995 betreffende de verplichting om een lijst van mandaten, ambten en beroepen, alsmede een vermogensaangifte in te dienen


Recente publicatie

De mandatenlijsten en de lijsten van de in gebreke gebleven aangifteplichtigen betreffende het toepassingsjaar 2017 werden in het Belgisch Staatsblad van 14 augustus 2018 gepubliceerd. De eerstvolgende publicatie (betreffende het toepassingsjaar 2018) zal plaatsvinden op uiterlijk 15 februari 2020, zowel in het Belgisch Staatsblad als op de website van het Rekenhof.